Het Domaine de la Mordorée is opgericht door Christophe Delorme. Het bevindt zich vlakbij Avignon, tussen de Provence en de Languedoc. Hij maakt wijnen van de beste appellations: Châteauneuf-du-Pape, Lirac, Tavel en binnenkort ook Condrieu. Hij produceert ook opmerkelijke vins de pays. Zijn wijngaard is uitgerust tegen de wind. Hij gedijt mee met de locale traditie die weinig bereid is om zijn kweek- en vinificatietechnieken te accepteren. De technieken zijn veeleisend voor de mens en hebben respect voor de bodem.
Hij is een overtuigde man en is succesvol dankzij de kwaliteit en de reputatie van zijn Châteauneuf-du-Pape La Reine des Bois. Daarmee bereikte hij de top van de jonge, dappere en visionaire wijnbouwers. Voortaan zal er met hem rekening gehouden moeten worden. Een warme, boeiende, gepassioneerde ondernemer. Je bent direct geneigd om Christophe te vergezellen in zijn wijngaarden, de “tumicules” (zie verder) te bewonderen en de vlucht van de houtsnip te bespieden. Dat is de koningin van het bos die haar mooie naam aan het domein gaf.
Hoe ben je ertoe gekomen om wijn te maken en een domein te starten?
Strikt genomen stam ik niet af van een familie van wijnbouwers. Mijn vader was industrieel. In school volgde ik handel en ik was niet van plan om een wijngaard te starten. Mijn moeder komt wel uit een familie van wijnbouwers uit Tavel die al bestaat sinds de 16e eeuw. In 1986 is mijn vader gestopt met werken. Wij hadden toen een wijngaard in pacht. Ik kreeg de mogelijkheid om de wijngaard over te nemen en ik ben gestart terwijl ik eigenlijk niets van wijnbouw kende. Ik heb veel wijnbouwers ontmoet. Weet je, in onze regio is men nogal koppig, we vertrouwen op onze intuïtie. Als je gepassioneerd bent leer je zeer snel bij. Ik heb snel ontdekt dat niet luisteren naar anderen zeer goed is. Bij de eerste samenkomsten van producenten waarbij ik assisteerde waren indrukwekkende personen aanwezig, mensen die belangrijk geweest zijn voor de appellation en die veel te vertellen hebben over hun afgelegde weg. Ik luisterde geduldig naar hen, dat wel, en met respect. Maar ik bleef met een wrange nasmaak zitten. Het leek me allemaal zo idioot. En geloof me, domheid wordt overgedragen van vader op zoon. Let wel, er zijn buitengewone mensen in het wijnbouwersmilieu, zowel in Châteauneuf als in Vacqueyras. In Tavel waren ze toen zeldzamer, hoewel dat nu veranderd is. Er was een kweekschool van incompetente mensen die mij constant wilden zeggen wat ik moest doen: de kweekmethode, het vinificatieproces. Maar ik heb toch mijn eigen methodes gekozen. Ik heb enkele stommiteiten begaan en heb enkel tegenslagen gehad, met het risico dat ik de rest van mijn leven zou moeten afbetalen. Maar ik heb ook goede voorgevoelen gehad en vooral, de wil om dingen te overhoop te gooien. De traditie is heeft geen waarde op zich want ze kan leiden tot middelmatigheid. Je moet durven veranderen, jezelf aanpassen. We bevinden ons in een bevoorrecht gebied, een buitengewone terroir. Mijn grootvader heeft gevochten voor een AOC in Tavel. Het is samen met de Châteauneuf-du-Pape één van de eerste appellations van Frankrijk. De mensen in die tijd hebben zich ingezet met buitengewone moed. De daaropvolgende generatie rustte op het werk van hun ouders en stuurde de regio richting catastrofe Het begin van de jaren ’70 was een keerpunt door de komst van de chemie, insecticiden en onkruidverdelgers. De wijnbouwers dachten dat hun leven er veel gemakkelijk op zou worden, ze wisten niet wat de gevolgen waren. In 1980 beseften ze dat ze in een impasse zaten: de gezondheid was in gevaar, zowel die van hun buren als die van hun klanten. Het taste de kwaliteit van onze regio aan. Mijn grootste trots, meer nog dan een hoge Parker-score of goede recensies in gidsen, is dat ik met die werkwijze gestopt ben en begonnen ben met het recupereren van dode grond. Na 10 tot 15 jaar worden het weer levendige en interessante bodems. Er wordt over me gepraat, maar dat kan me niet schelen.
Ik verkies een wijn die de terroir weerspiegelt, niet de druivensoort, de vinificatie of de fermentatie. En dat verandert alles: het veroorzaakt complexe en unieke wijnen en het is niet altijd gemakkelijk om ze onmiddellijk te appreciëren. Maar ze zijn zeldzaam en kostbaar voor zij die de tijd neemt om ze te proeven. Ik ben het gelukkigst als ik tumicules op de grond zie – ken je dat, dat is wat regenwormen afscheiden – dan weet ik dat er leven in de bodem zit. Daar wordt geen rekening mee gehouden als de prijs van een fles bepaald wordt. Het is een kwestie van goed en ethisch werken. Volgens mij is dat het spoor dat we moeten volgen. De kwaliteit die merkbaar is, is onvergelijkbaar. De generatie van mijn ouders is een verloren generatie, vastgelopen op hun zekerheden. Ze trekken zich stilaan terug om plaats te maken voor een nieuwe en bewuste generatie die klaar is om er in te vliegen. Jongeren van 20-30 jaar die wijngaarden willen herwaarderen komen bij ons kijken, ons ontmoeten en stellen ons vragen. Ze komen om te proeven en om ervaringen te delen. Ze respecteren ons (hoewel de ouderen ons verachten). Het gaat de goede kant op met de heropwaardering van de appellation.
Wanneer je hebt over nieuw leven blazen in dode terroirs, verwijst u dan naar de percelen die u gekocht hebt om de appellation Condrieu (witte Rhône wijn, 100% Viognier) te produceren?
Dat was een plotse ingeving, een terrein uit de 4de dimensie: mooie wijngaarden en een mooie regio. Maar de hellingen van Condrieu zijn zeer schuin, het is een evenwichtsoefening. De onmiddellijke waarde van het product komt door het feit dat het fruit een waar gevecht moet leveren. Voor mij is dat een logisch vervolg op onze rode en witte wijn, het is een ongelofelijke kans, ik verzorg de percelen met passie en liefde. Het is een waar genoegen om enkele flessen Condrieu in ons gamma te hebben. Ik zou graag ook Saint Joseph ontdekken als de gelegenheid zich voordoet. Een uitzonderlijke appellation die niet genoeg erkend wordt.
U bevindt zich in het gebied van de Tavel appellation, de rosé van de Rhône bij uitstek. Men zegt zelfs dat “de rosé in het bloed van Christophe Delorme stroomt”. Maar de rosé lijdt onder talrijke clichés en een slecht imago in de algemene opinie. Hoe pak je dat aan?
Mijn moeder is in Tavel geboren, mijn wortels zijn hier. Ik voel mij vóór alles een inwoner van Tavel. De rosé is inderdaad niet de meest interessante wijnsoort om te produceren, maar haar complexiteit ontgaat ons niet. Er bestaan duizenden werkwijzen om rode wijn te verbeteren. Bij rosé ligt dat “in de handen van God”. Hij beslist over het evenwicht en de kleur. Veel mensen denken dat het een simpele wijn is, maar ik wil dat tegenspreken want Tavel heeft een uitzonderlijke terroir. Het heeft potentieel om nog verder te gaan: ongelofelijke duurzaamheid, scherpte en complexe aroma’s. Je moet ze geduldig proeven, zoals de rode wijn, om zijn uitzonderlijke nuances en kwaliteiten in je op te nemen. Ik wil me inzetten om de rosé opnieuw als grote wijn erkenning te geven.
U hecht veel belang aan de uitleg en de verklaring van uw millésimes. Zal 2007 een goed jaar zijn volgens u?
2007 zal een grandioos jaar zijn. De consument zal er dol op zijn. Professionele critici, die wijn beoordelen op bewaarkracht, zullen een toontje lager zingen, want ze zullen niet zo goed bewaren als de wijnen van 2005. Maar om jong te drinken zijn ze prachtig, fijn en vol met fruit. Het is een jaar waarvan het succes veralgemeend zal worden. Mijn favoriete jaar is 2005. 2007 heeft veel weg van 2000: geen opvallende tannines, volle en fijne wijn. Voor de rosé en de witte wijn is het beste jaar sinds lang: ze zijn korrelig, duurzaam en hebben veel finesse. Er zullen zeker kleine wondertjes verkocht worden. We hebben net de Lirac Reine des Bois van 2006 gebotteld, met perfecte tannines, sappig, en toch denk ik dat ik de 2005 verkies. Ik vergelijk met de millésimes van andere regio’s verklaarde je recent: “dit jaar is zo moeilijk voor andere regio’s dat ze luid en duidelijk zullen moeten toegeven dat we heel verschillend zijn.”
Het probleem is dat de Bordeaux de millésime bepaalt. Als de Bordeaux niet goed is, wordt heel het jaar slecht verklaard. De producenten van de Vallée du Rhône (merk op dat ik niet “Côtes du Rhône” zeg, want dat is een slechte appellation) lijden onder een ondergewaardeerd beeld in de media. Daarboven komt dat we hier in Zuid Frankrijk niet ernstig genomen worden. Het is onbegrijpelijk dat men een hoge toon aanslaat als het om het belang van de Bordeaux en de Bourgogne gaat, waarna men in het beste geval even bij de Loire wijnen stilstaat, omdat de Loire niet ver van Parijs ligt. Nochtans kunnen wij grote wijnen maken. Ik heb grote wijnbouwers uit Bordeaux en Bourgogne ontmoet en ik kan zeggen dat ze niets misgun. Onze wijnen hebben verschillende persoonlijkheden, en maar best ook.
Hoe verklaart u het succes van uw Châteauneuf, vooral dan in de Angelsaksische wereld?
Eerst en vooral kan het succes van de Châteauneuf de mensen richting Tavel doorverwijzen. Maar niemand bedank ons hiervoor, integendeel. Maar ik maak me niet veel zorgen. In het universum van de grote wijnen in de regio zijn we evenwaardig met andere. We vinden het vooral belangrijk dat onze wijnen toegankelijk zijn en altijd beschikbaar in de kelder op het domein. We laten ons niet gemakkelijk verleiden om ze per opbod te verkopen en te speculeren op relatief succes. Dat is ongezond. Amateurs representeren het grootste deel van de bevolking. Het zijn liefhebbers die willen ontdekken, profiteren en drinken, ze speculeren niet om dan weer te verkopen.
U beperkt dus het aantal flessen Châteauneuf-du-Pape die voor verkoop bestemd zijn zodat ze altijd toegankelijk zijn?
Het is de bedoeling dat er altijd flessen beschikbaar zijn in onze kelders. Je weet nooit dat iemand het licht ziet en besluit even bij ons te stoppen. We vinden het belangrijk om mensen goed te ontvangen, onze ervaring te delen, hen te laten proeven en uitleg geven. Dat spoort ze aan om te blijven rondhangen en ook andere dingen te ontdekken. Onze reputatie is gebaseerd op de Châteauneuf, maar wanneer andere wijnen geproefd worden, zoals de Tavel, en men neemt er wat tijd voor, dan zijn de vooroordelen snel vergeten. Bezoekers zeggen dat ze “ons aanbidden”. Dat is onze beloning: als onze appellations overtuigen. Je kunt niet altijd de beste zijn. Ik maak fouten maar ik heb evolueer, stel alles opnieuw in vraag zodat ik een nieuw kijk op de zaak krijg. Zo ontdekken we nieuwe pistes. We vinden het belangrijk om mee te zijn met de kopgroep en wijn te maken die men graag drinkt. In dat verband is het concept van toegankelijke en drinkbare wijnen dat men in de media probeert te verkopen een ramp. Onder het mom van die ‘drinkbaarheid’ drinkt men waterige, platte wijnen waarvan ze zeggen dat ze verfrissend zijn. Als je dorst hebt, drink dan water! Men gaat hier nogal licht over. Mijn passie gaat uit naar de wijngaard en de werken in de wijngaard. Als ik wijn drink, dan wil ik daarin de terroir, de materie en de concentratie proeven. Ik wil voelen dat de druiven het beste uit de grond gehaald hebben. Zo niet, dan kan je evengoed Evian drinken. Journalisten vinden dikwijls dat ik ongelijk heb, maar ik verkies om wijnen te maken die ik zelf graag drink.
Nota Bene: dank u aan iedie voor de vertaling

